[website ontwerp] [website maken] [page 1]
[Start]
[Start]
[Start]
[Start]
[Start]
[Onderwijs in Linschoten]

Geschiedenis van het onderwijs in Linschoten.


In Linschoten is het onderwijs altijd beperkt gebleven tot het lager onderwijs en kleuteronderwijs.

In 1585 vernemen we voor het eerst over het onderwijs in het dorp. In dat jaar overleed Heer Willem pastoor te Linschoten. Ondanks dat de reformatie volop aan de gang was werd de katholieke Joannes Uitenbroeck uit den Haag als zijn opvolger benoemd. Hij bekleedde in Linschoten de functie van pastoor, dorpssecretaris, koster en schoolmeester. In 1595 werd Uitenbroeck uit zijn functie gezet en vervangen door iemand die wel de nieuwe religie aanhing. Waarschijnlijk was dit Ds Casparus Rouckhuysius. Deze is echter maar kort in Linschoten geweest, want in 1600 is de Montfoortenaar Gerard van Blockhoven waarnemend predikant. Het vak van schoolmeester was toen waarschijnlijk al overgegaan naar de koster. De benoeming van de schout en schoolmeester gebeurde door de ambachtsheer. Jan de Cupere had in de tweede helft van de 17e eeuw de functies van schout, dorpssecretaris, koster, schoolmeester en waarschijnlijk nog een aantal andere. Uit een document uit 1604 blijkt dat de toenmalige koster Dick Eersensess de opvolger was van schout en koster Jan Peterszn Conink. Het blijft dus speculeren, wie er in die tijd nu precies het ambt van schoolmeester had. Wel is bekend dat de hoger geplaatsten, zoals de schout, zelf zelden voor de klas stonden, die taken werden waargenomen door een ondermeester.

Ook in Linschoten stond de school naast de kerk. In 1666 werd er een nieuw schoolgebouw op dezelfde plek gebouwd. Het gebouw onderging daarna nog vele aanpassingen en waarschijnlijk werd het begin 19e eeuw opnieuw herbouwd. (5) Tot eind zestiger jaren van de vorige eeuw deed het dienst als school/kleuterschool. Nu is er het kerkelijk centrum De Wingerd gevestigd.

Vanaf 1815 zijn de verslagen die de schoolopziener, die jaarlijks de school en het onderwijs inspecteerde, bewaard gebleven. In het eerste verslag meldde de inspecteur, dat er in Linschoten 80 kinderen naar school gaan. Het schoolgebouw had veel achterstallig onderhoud. De onderwijzer, tevens koster, bleek zijn plicht de laatste tijd te verzuimen vanwege zijn geringe inkomen. Het bleek echter niet de enige reden van zijn verzuim. Omdat de schoolmeester tevens koster en voorzanger was, wendde schout van Dam zich tot de predikant. Hij beklaagde zich erover dat hoofdmeester Gerwich Dz dagelijks in dronkenschap verkeerde. Een en ander was wellicht het gevolg van de strijd tussen het nieuwe leren en de oude onderwijsmethode. In Oudewater werd nog altijd de oude leermethode gevolgd. Mede daardoor bleef het aantal leerlingen in Linschoten vrij laag, wat dus indirect gevolgen had voor het inkomen van de onderwijzer, die een gezin te onderhouden had. Toen Gerwich ook de oude leermethode weer hanteerde liep het aantal leerlingen weer op. In 1822 deed het drankgebruik Gerwich uiteindelijk de das om. Hij overleed en liet zijn gezin berooid achter.

De schoolopziener zorgde er onder andere voor dat ook de armste kinderen naar school konden. In 1816 waren dat er acht. Pas in 1825 werd het schoolgebouw gerenoveerd. Het verzuim op de school was hoog. Veel leerlingen, veelal van boeren afkomst, moesten thuis werken. In 1827 kreeg onderwijzer Wernhard Zilver de hulp van een ondermeester. Tijdens een bezoek dat jaar aan de Linschotense school trof de schoolopziener maar 20 van de 120 leerlingen aan op school. Veel ouders hielden hun kinderen thuis uit vrees voor besmetting met de heersende mazelen en roodvonk in het dorp. Gerrit van Bemmel is vanaf 1830 de hoofdonderwijzer. In het begin van onbesproken gedrag maar dat veranderde gaandeweg. Ook hij viel ten prooi aan de drank. Ondanks dat was hij tot 1860 hoofdonderwijzer. In 1862 verrees er een nieuw schoolgebouw met onderwijzers woning, waarin de nieuwe hoofdmeester, Maarten de Mol uit Rotterdam zijn in trek nam Op de vacature die na 10 jaar de Mol ontstaat reageren maar liefst 23 gegadigden. Uiteindelijk werd Jean Joseph Hubert Bokhorst uit Zuilichem aangesteld. Er werd onderwezen in: rekenen, taal en schrijven. In speciale schooluren werd onderricht gegeven in: aardrijkskunde, geschiedenis en kennis der natuur. Ongehoorzaamheid en luiheid konden worden bestraft met plaatsing in een lagere klasse. Schoolblijven, terugzetten en pronkzitten waren de normale straffen. De onderwijzer moest wel zijn handen thuis houden. De beloning voor de hoofdonderwijzer bleef karig. Bokhorst was een hoogstaande persoonlijkheid en geliefde onderwijzer bij zowel bij de kinderen als bij de ouders.

In 1881 moest de school worden uitgebreid. De hoofdonderwijzer had inmiddels hulp gekregen van hulponderwijzer, een kwekeling ( een onderwijzer in opleiding ) en een onderwijzeres voor nuttige handwerken. De hoofdonderwijzer was nu de best betaalde ambtenaar in de gemeente Linschoten. Met een gage van 800 gulden per jaar verdiende hij driehonderd gulden meer dan de burgemeester.

Bij het ontbreken van een dorpspomp konden de inwoners van het dorp voor vers water terecht bij de pomp in de school.

De in 1857 ingevoerde onderwijswet, waarin het ontwikkelen van bijzondere scholen, werd gestimuleerd, kreeg in Linschoten pas in 1914 gestalte. In dat jaar werd door de Vereniging voor Gereformeerd schoolonderwijs de voorloper van de Timotheüs- school gesticht. De nieuwe school startte met 40 kinderen. Dat aantal steeg gestaagd en gaat ten koste van de openbare school. Deze werd in 1938 opgeheven. Pas in 1965 kwam het openbaar onderwijs weer terug in Linschoten met de komst van de Openbare Prins Clausschool. (6)

De geschiedenis van de Timotheüs- school en de Prins Clausschool worden in de volgende hoofdstukken beschreven.

Naast deze twee scholen herbergde de gemeente Linschoten nog een basisschool. De Heeswijkschool werd in 1967 geopend en was de eerste gemengde Rooms-Katholieke basisschool. Het schoolgebouw stond in de wijk Keizerrijk te Montfoort. Deze wijk was gedeeltelijk gemeente Montfoort en gedeeltelijk gemeente Linschoten. De school stond op Linschotens grondgebied. De kinderen kwamen uit Montfoort maar alle kosten waren voor de gemeente Linschoten. (7)

In de jaren 30 van de vorige eeuw werden er aan de Linschotense meisjes kookcursussen gegeven. Daarvan zijn nog een tweetal foto's van bewaard gebleven.


Bronnen:

(1)Saskia Noordoven, De geschiedenis van het onderwijs in Nederland tot en met de huidige basisschool, Uitgave: Nationaal Onderwijsmuseum Rotterdam, 1999

(2)Gammasteunpunt Rijks Universiteit Groningen, Profielwerkstuk Geschiedenis van het onderwijs.

(3)L.C. Stilma, De school met den Bijbel in historisch- pedagogisch perspectief, academisch proefschrift, maart 1987

(4)Dr. J.W. van Hulst e.a. Vernieuwingsstreven binnen het Nederlandse Onderwijs in de periode 1900-1940, Groningen, 1970.

(5)Boek: Langs de Linschoten, grepen uit de historische ontwikkeling van dorp en rivier. uitgegeven 1968.

(6)Sprokkelingen uit de geschiedenis van Linschoten en Snelrewaard deel I. uitgegeven 1978.

(7) IJsselbode 19 juni 2012 pagina 8 auteur Joke de Wissel.


  

Onderwijs in Linschoten